ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9608
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en doodslag, veroordeling voor wapenbezit en poging zware mishandeling
In deze zaak stond verdachte terecht voor moord op [A.E.], bezit van vuurwapens en munitie, bedreiging en poging tot zware mishandeling. Het hof heeft het hoger beroep behandeld na een eerdere vrijspraak en deels bewezenverklaring door de rechtbank.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te verbinden aan de dood van [A.E.]. Cruciale elementen zoals het tijdstip van overlijden bleven ongewis, technisch bewijs ontbrak en belastende verklaringen waren vooral van horen zeggen en afkomstig uit één bron, namelijk de verdachte zelf. De verdachte werd daarom vrijgesproken van moord en doodslag en van bedreiging.
Wel achtte het hof bewezen dat verdachte vuurwapens en munitie in bezit had en dat hij op 22 februari 2008 in de PI Ter Apel een medegedetineerde met een mes heeft gestoken en geprobeerd heeft zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Dit leidde tot een veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof nam ook de overschrijding van de redelijke termijn in aanmerking en bepaalde dat de in beslag genomen wapens en pillen onttrokken worden aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van moord en doodslag, maar veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf voor wapenbezit en poging zware mishandeling.