ECLI:NL:PHR:2012:BW3081
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet en voorbedachte raad bij schietpartij in café Amsterdam
Op 28 oktober 2006 schoot verdachte met een Glock 19 meerdere malen op de toegangsdeur en het raam van café [A] te Amsterdam, terwijl hij wist dat er mensen binnen waren. De schoten werden afgevuurd na een conflict waarbij verdachte uit het café was gezet en dreigende woorden had geuit.
Het hof achtte bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van de aanwezige personen en dat hij met voorbedachte raad handelde. Dit oordeel steunde op getuigenverklaringen, forensisch onderzoek van hulzen en kogels, en de omstandigheden waaronder het schieten plaatsvond. Verdachte voerde aan dat hij naar het plafond had geschoten, maar het hof verwierp deze lezing.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte een pistool van categorie III (Glock 19) en munitie daarvan voorhanden had. De Hoge Raad bevestigde de bewezenverklaringen en oordeelde dat de strafrechtelijke motivering van het hof juist was. Wel werd de redelijke termijn overschreden in de cassatiefase, wat leidde tot een strafvermindering. Het cassatieberoep werd verder verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor poging tot moord met voorbedachte raad en verboden wapenbezit, met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.