ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0326
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake stuiting verjaring tijdens faillissement en postblokkade
In deze civiele procedure heeft Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V. (NNFD) [geïntimeerde] aangesproken tot betaling van een bedrag van €17.618,93, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank Utrecht wees de vordering af omdat de verjaring niet was gestuit door de aanmaningsbrieven die tijdens het faillissement en de postblokkade niet tijdig bij [geïntimeerde] waren aangekomen.
Het hof overweegt dat volgens artikel 3:317 lid 1 BW Pro de verjaring wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning die de schuldenaar bereikt. Artikel 3:37 lid 3 BW Pro bepaalt dat als een verklaring de schuldenaar niet bereikt door omstandigheden die zijn persoon betreffen, hij het nadeel daarvan draagt. De postblokkade tijdens het faillissement is zo'n omstandigheid.
Daarom heeft de brief van 3 maart 2006, hoewel niet direct bij [geïntimeerde] aangekomen maar bij de curator, toch stuitende werking op de verjaring. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van het gevorderde bedrag met rente. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten van beide instanties worden aan [geïntimeerde] opgelegd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van €17.618,93 met rente en kosten, en vernietigt het vonnis van de rechtbank.