ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1278
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap met omzetting schuld wegens overbedeling
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de daarin begrepen nalatenschap van de erflater, waarbij appellant stelt dat de bewindvoerder en de echtgenote onrechtmatig hebben gehandeld door een vordering wegens overbedeling om te zetten in een vordering uit geldlening.
Appellant vordert onder meer dat de rechtbank verklaart dat de bewindvoerder tekort is geschoten en dat de echtgenote in strijd met haar volmacht heeft gehandeld, en dat de omzetting van de vordering wordt vernietigd. De rechtbank wees deze vorderingen af en veroordeelde appellant in de proceskosten.
In hoger beroep stelt appellant meerdere grieven, maar het hof oordeelt dat appellant niet-ontvankelijk is voor zover het beroep tegen geïntimeerde sub 2 is gericht, omdat hij niet de bewindvoerder heeft gedagvaard. Verder stelt het hof vast dat het vruchtgebruik niet formeel is gevestigd en dat de omzetting van de vordering appellant eerder in een betere positie brengt.
Het hof verwerpt de grieven en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellant niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen geïntimeerde sub 2, met veroordeling van appellant in de proceskosten.