ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen definitieve aanslag inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Belanghebbende voerde aan dat een brief van 4 januari 2008 tijdig was verzonden en dat sprake was van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank en het Hof oordeelden dat belanghebbende niet in de bewijslast was geslaagd om aan te tonen dat de brief tijdig was ontvangen. De bezwaartermijn liep van 6 december 2007 tot 16 januari 2008, maar de brief werd pas later ontvangen. Daarnaast kon het bezwaarschrift tegen de voorlopige aanslag niet als prematuur bezwaar tegen de definitieve aanslag worden aangemerkt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur niet de indruk had gewekt dat het bezwaar ontvankelijk was. De professionele gemachtigde was bovendien op de hoogte van de termijnen en had niet tijdig gereageerd op verzoeken om aanvullende informatie. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de definitieve aanslag wordt bevestigd.