ECLI:NL:GHAMS:2011:BV2310
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.C. Makkink
- E.A.G. van der Ouderaa
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- R.A.H. van der Meer
- F. van der Wel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling billijke prijs en overdracht aandelen Draka Holding na openbaar bod Prysmian
Prysmian S.P.A. heeft een openbaar bod uitgebracht op alle gewone aandelen van Draka Holding N.V., waarbij zij ten tijde van de dagvaarding meer dan 95% van de aandelen en stemrechten bezat. De Ondernemingskamer onderzoekt of aan de voorwaarden van artikel 2:359c BW is voldaan voor het afdwingen van de overdracht van de resterende aandelen.
De Ondernemingskamer stelt vast dat Prysmian ten minste 90% van de aandelen waarop het bod betrekking had, heeft verworven en dat het bod een billijke prijs biedt. Het geschil spitst zich toe op de vaststelling van de billijke prijs en de peildatum voor de waardering van de geboden tegenprestatie.
Prysmian stelt de peildatum op 22 februari 2011, terwijl VEB pleit voor 4 april 2011. De Kamer oordeelt dat de beurskoers van Prysmian op het einde van de aanmeldingstermijn, 3 februari 2011, als peildatum geldt. De prijs wordt vastgesteld op €8,60 plus 0,6595 maal de beurskoers van Prysmian op die datum, met een minimum van €18,53 per aandeel Draka.
Omdat de exacte beurskoers op 3 februari 2011 niet in het geding is gebracht, wordt Prysmian in de gelegenheid gesteld deze aan te leveren. De zaak wordt verwezen naar een terechtzitting voor het nemen van deze akte en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst de vordering van Prysmian toe en stelt de billijke prijs van de aandelen vast op basis van de beurskoers van Prysmian op 3 februari 2011, met een minimum van €18,53 per aandeel Draka.