ECLI:NL:GHAMS:2011:BV3167
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van griffierechtheffing bij gezamenlijk verzoekschrift met meerdere verzoekers en advocaten
In deze zaak zijn meerdere verzoekers gezamenlijk een verzoekschrift ingediend, waarbij zij door twee verschillende advocaten werden bijgestaan. De griffier had besloten om tweemaal griffierecht te heffen, omdat voor elke verzoeker griffierecht wordt geheven wanneer zij niet door dezelfde advocaat worden vertegenwoordigd.
De verzoekers kwamen hiertegen in verzet en stelden dat op grond van artikel 3 lid 2 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is voor een gezamenlijk verzoekschrift, ongeacht het aantal verzoekers of advocaten. Zij verwezen daarbij ook naar de oude Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken (Wtbz).
Het hof oordeelde dat de huidige wettekst overeenkomstig de uitleg in het wetsvoorstel Reparatiewet Wet griffierechten burgerlijke zaken moet worden geïnterpreteerd. Dit betekent dat wanneer meerdere verzoekers door verschillende advocaten worden vertegenwoordigd, voor iedere verzoeker apart griffierecht geheven mag worden. Ook onder het oude recht was dit het geval, met uitzondering van bijzondere regelingen zoals bij gezamenlijk verzoek tot echtscheiding.
Gelet op het voorgaande verklaarde het hof het verzet ongegrond en handhaafde de griffierechtheffing zoals door de griffier toegepast.
Uitkomst: Het verzet tegen de dubbele griffierechtheffing wordt ongegrond verklaard en de heffing gehandhaafd.