ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6672
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering werkgever tegen dader voor doorbetaald nettoloon bij arbeidsongeschiktheid werknemer
In deze zaak vordert een werkgever van de dader op grond van artikel 6:107a BW vergoeding van het aan een werknemer doorbetaalde nettoloon over de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid, ontstaan door mishandeling. De werkgever had een ziekteverzuimverzekering afgesloten die een deel van de loondoorbetaling dekt. De verzekeraar is daardoor gesubrogeerd in de rechten van de werkgever.
Het hof heeft in een tussenarrest vastgesteld dat de ziekteverzuimverzekering een schadeverzekering is en dat de verzekeraar de schade deels heeft vergoed. De werkgever heeft haar vordering na tussenarrest aangepast en toegelicht, waarbij het gevorderde bedrag werd gecorrigeerd. De dader heeft deze eiswijziging niet bestreden, maar betwistte enkele onderdelen van de vordering.
Het hof oordeelt dat de werkgever slechts recht heeft op vergoeding van het nettoloon en dat de verzekeraar door de uitkering is gesubrogeerd in het vorderingsrecht jegens de dader. Verweren van de dader over de hoogte van de vordering en de toepassing van de CAO worden verworpen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, evenals de vordering tot terugbetaling van proceskosten.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de werkgever toe tot een bedrag van €4.597,68, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 juli 2009. De dader wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de werkgever toe tot €4.597,68 plus wettelijke rente en veroordeelt de dader in proceskosten.