ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7095
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C.W. Lange
- G.C.C. Lewin
- E.J. Rotshuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verlof voor gezamenlijke onderhandse verkoop onroerende zaken
Rabobank c.s. verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar om verlof voor de onderhandse verkoop van een bedrijfswoning en een registergoed, waarop zij een vordering hadden uitstaan bij [Appellant]. De voorzieningenrechter verleende dit verlof, waarbij de twee onroerende zaken gezamenlijk moesten worden verkocht tegen een totaalprijs van circa € 1.900.000.
[Appellant] kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de woning en het registergoed gezamenlijk verkocht moesten worden. Hij bracht een eigen koopovereenkomst voor de woning in met een hogere prijs en betoogde dat de voorzieningenrechter geen belangenafweging had gemaakt tussen de partijen.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft en dat het gezamenlijk beoordelen van de twee koopovereenkomsten binnen deze bevoegdheid valt. Er was geen sprake van het buiten toepassing laten van artikel 3:268 BW Pro of van het verzuimen van essentiële vormen. Ook een gebrekkige motivering leidt niet tot doorbreking van het appelverbod.
Daarom werd het hoger beroep van [Appellant] verworpen en werd hij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beschikking tot verlof voor gezamenlijke onderhandse verkoop blijft in stand.