ECLI:NL:GHAMS:2011:BW0034
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en loonovereenkomst bij gemengd contract tussen besloten vennootschappen
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen twee besloten vennootschappen over de hoogte van het loon voor verrichte diensten in het kader van een gemengd contract. Appellante had een factuur ingediend voor 90 concerten, terwijl feitelijk 88 concerten gefactureerd mochten worden. Zij heeft haar vordering dienovereenkomstig verminderd.
Geïntimeerde betwist dat zij enig bedrag verschuldigd is en stelt dat sprake was van een wederzijdse dienstverlening met gesloten beurzen, behalve in gevallen zonder publiciteit. Het hof heeft getuigenverhoren laten plaatsvinden en partijen gelegenheid gegeven aanvullende bewijsstukken te overleggen.
Het hof heeft partijen verzocht opheldering te geven over de authenticiteit van facturen en de aard van de concerten. Ook is de bewijswaardering ten aanzien van partijgetuigenverklaringen besproken, waarbij het hof benadrukt dat dergelijke verklaringen slechts bewijs ten voordele van de partij kunnen opleveren indien zij worden ondersteund door aanvullende sterke bewijzen.
Het hof heeft de zaak aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld aanvullende stukken in te dienen, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en stelt partijen in de gelegenheid aanvullende stukken te overleggen voor verdere beslissing.