ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0037
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens onvoldoende bewijs van loonbetaling in natura
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een opdrachtgever (geïntimeerde) aan zijn opdrachtnemer (appellant) loon verschuldigd was in geld of deels in natura, namelijk in de vorm van publiciteitsuitingen. Het hof heeft het bewijs van de opdrachtgever beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet is geslaagd in het leveren van het bewijs dat partijen een dergelijke afspraak hadden gemaakt.
De getuigenverklaringen van partijen stonden tegenover elkaar. Zo verklaarden getuigen van geïntimeerde dat bij eigen concerten de betaling in reclame bestond, terwijl getuigen van appellant ontkenden dat er afspraken waren om niet te factureren en dat er wel degelijk facturen werden gestuurd en betaald. Het hof hechtte meer waarde aan de facturen en de verklaringen van appellant en concludeerde dat de stellingen van geïntimeerde onvoldoende waren onderbouwd.
Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank Utrecht en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van het openstaande bedrag van €128.535,90 vermeerderd met handelsrente. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €128.535,90 met handelsrente en in proceskosten.