ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toelating tussenkomst bij overdracht rechtsvordering spaarbrieven
In deze civiele procedure stond de toelating van Twineye als tussenkomende partij in een geschil tussen Amos en ABN AMRO over spaarbrieven centraal. Amos had spaarbrieven gedeponeerd bij Credit Suisse en wilde dat ABN AMRO haar protest tegen uitbetaling introk. Twineye stelde op grond van een 'Sales Agreement' dat zij de rechtsvordering van Amos had overgenomen en wilde zich daarom tussen partijen voegen.
De rechtbank wees de vordering tot tussenkomst af omdat de hoofdzaak op de rol was doorgehaald. Twineye ging in hoger beroep en voerde aan dat zij voldoende belang had om tussen te komen, gebaseerd op de overdracht van de rechtsvordering in de 'Sales Agreement'.
Het hof oordeelde dat de 'Sales Agreement' objectief moet worden uitgelegd en dat deze geen overdracht van het bezit van de spaarbrieven of de vorderingsrechten inhoudt, maar slechts een lastgeving tot incasso. Omdat Amos als rechthebbende zelf partij was in de hoofdzaak, had Twineye onvoldoende belang om tussen te komen.
Daarom werd het bestreden vonnis bekrachtigd en werd Twineye veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wees de vordering tot tussenkomst van Twineye af wegens onvoldoende belang en bekrachtigde het bestreden vonnis.