ECLI:NL:GHAMS:2011:CA1445
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- C.A. Joustra
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderalimentatie en draagkracht vader na wijziging hoofdverblijf kind
Partijen zijn gescheiden ouders van drie kinderen, waarvan kind a en kind b sinds juli 2010 feitelijk bij de vader verblijven, terwijl kind c bij de moeder woont. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit. De vader is directeur en aandeelhouder van meerdere vennootschappen en stelt sinds oktober 2010 arbeidsongeschikt te zijn, met een uitkering van circa €3.169 bruto per maand.
De rechtbank had bepaald dat de vader €500 per maand per kind aan kinderalimentatie moest betalen voor kind a en kind c. De vader ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat hij geen bijdrage verschuldigd is voor kind a sinds het feitelijke verblijf bij hem en dat zijn draagkracht beperkt is voor kind c.
Het hof oordeelt dat de feitelijke verzorging van kind a door de vader sinds 4 juli 2010 is komen vast te staan, maar dat de overgang niet met instemming van de gezinsvoogd is gegaan en het belang van kind a niet definitief is vastgesteld. Desondanks draagt de vader sinds 4 juli 2010 de kosten voor kind a, zodat de bijdrage vanaf 1 augustus 2010 op nihil wordt gesteld. De vader heeft onvoldoende onderbouwd dat hij onvoldoende draagkracht heeft voor kind c, mede door het ontbreken van relevante financiële stukken en onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid. Daarom wordt de bijdrage voor kind c bekrachtigd.
Het verzoek van de vader tot terugbetaling van teveel betaalde alimentatie wordt afgewezen omdat hij in de periode augustus 2009 tot februari 2011 geen bijdrage heeft betaald. Het verzoek tot schorsing van de beschikking wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De alimentatie voor kind a wordt vanaf 1 augustus 2010 op nihil gesteld en de alimentatie voor kind c wordt bekrachtigd.