Uitspraak
mr. J.H.H. Baljette Amsterdam,
mr. H.P. Wellenbergte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De appellant trad in 2002 in dienst bij de geïntimeerde als assistent-makelaar met een pensioenregeling waarbij de werkgever 50% van de premie betaalde. De appellant werd in november 2004 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. De pensioenpremievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid werd door Aegon geweigerd wegens achterstallige premiebetaling door de werkgever.
De appellant vorderde in eerste aanleg herstel van de pensioenpolis en betaling van schadevergoeding. De kantonrechter wees de meeste vorderingen af, behalve een bedrag wegens te veel ingehouden loon. In hoger beroep stelde het hof vast dat de appellant recht had op premievrijstelling vanaf 24 november 2005, maar dat Aegon terecht de vrijstelling weigerde vanwege de premieachterstand van de werkgever.
Het hof oordeelde dat de werkgever toerekenbaar tekort was geschoten en aansprakelijk is voor de schade. De schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen het opgebouwde pensioenkapitaal bij voortzetting van de opbouw en het huidige kapitaal. Daarnaast werden wettelijke rente en een matiging van de wettelijke verhoging toegewezen. De zaak werd verwezen voor nadere vaststelling van de koopsom ter compensatie van de pensioenschade.
Uitkomst: De werkgever is aansprakelijk voor de pensioenschade door niet tijdige premiebetaling en moet een koopsom storten ter compensatie.