ECLI:NL:GHAMS:2012:1325

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
30 april 2013
Zaaknummer
200.090.220
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake hennepteelt en diefstal van elektra met geschil over schadevergoeding

In deze civiele zaak in hoger beroep gaat het om een geschil tussen appellant en Liander N.V. over hennepteelt en diefstal van elektra, waarbij ook een schadevergoeding aan de orde is. Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Alkmaar.

Tijdens de procedure heeft geïntimeerde verzocht zich te voegen aan de zijde van appellant, hetgeen het hof toelaat. De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot de einduitspraak. De zaak wordt verwezen naar de rol van 11 december 2012 voor het indienen van een memorie van grieven door appellant en geïntimeerde.

Het hof houdt elke verdere beslissing aan en stelt daarmee de voortgang van de procedure veilig, zonder inhoudelijk op de zaak in te gaan. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2012.

Uitkomst: Het hof staat de voeging toe, houdt kostenbeslissing aan en verwijst de zaak voor memorie van grieven.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[appellant],
wonend te [woonplaats],
appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat:
mr. M.C.A. Stoop, te Heerhugowaard,
en
de naamloze vennootschap LIANDER N.V.,
voorheen genaamd N.V. CONTINUON NETBEHEER,
gevestigd te Arnhem,
geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster eiseres in het incident,
advocaat:
mr. J.G. Keizer, te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [woonplaats],
eiser in het incident,
advocaat:
mr. R.J.A. Verhoeven, te Alkmaar.

1.Het geding in hoger beroep

[appellant] is bij dagvaarding van 1 juli 2011 in hoger beroep gekomen van een tussen hem en Liander N.V. gewezen vonnis van de rechtbank Alkmaar van 6 april 2011 (nummer 116580/HA ZA 10-40).
De zaak is bij het hof aangebracht op de rol van 19 juli 2011.
Aan [appellant] zijn termijnen verleend voor het nemen van een memorie van grieven, laatstelijk een termijn van 53 weken tot 11 december 2012.
De zaak is bij vervroeging geplaatst op de rol van 24 april 2012.
[geïntimeerde] heeft bij incidentele conclusie op de voet van artikel 217 Rv Pro gevorderd zich in de onderhavige zaak te mogen voegen aan de zijde van [appellant].
[appellant] heeft niet tijdig geantwoord in het incident, zodat het recht daartoe vervallen is verklaard.
Liander N.V. heeft in het incident geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.

2.Beoordeling

Uit hetgeen is aangevoerd blijkt dat er voldoende reden is voor voeging zoals gevorderd.
Het hof zal de beslissing omtrent de kosten in het incident aanhouden.
De hoofdzaak stond vóór het incident op de rol van 11 december 2012 en zal weer naar die rol worden verwezen, te weten voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde]. Elke verdere beslissing in de hoofdzaak zal het hof aanhouden.

3.Beslissing

Het hof:
in het incident:
  • staat [geïntimeerde] toe zich te voegen aan de zijde van [appellant];
  • houdt de beslissing omtrent de kosten aan tot de einduitspraak;
in de hoofdzaak:
  • verwijst de zaak naar de rol van 11 december 2012 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde];
  • houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, W.J. Noordhuizen en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 mei 2012.