Uitspraak
mr. R.A. Severijnte Utrecht,
mr. I.M.C.A. Reinders Rolmerte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
"(…) Wij zijn met u overeengekomen dat u in plaats van de reiskostenregeling conform de Sociale Begeleidings Regeling in aanmerking komt voor een lease-auto. (…).”
indien per jaar 15.000 km zakelijk worden gereden (excl. woon-werkverkeer)”. Tevens is bepaald dat “
een Directeur de lease-autoregeling op een onder hem ressorterende medewerker van toepassing (kan) verklaren”.
in plaats van” de reiskostenregeling conform de SBR in aanmerking komt voor een leaseauto. Die uitlating valt bezwaarlijk anders op te vatten dan dat de reiskostenregeling van de SBR juist niet zou gelden. Dat het [appellant] altijd duidelijk is geweest dat hem de leaseauto werd toegekend vanwege de grote afstand tussen woonplaats (’s-Hertogenbosch) en nieuwe standplaats (Zoeterwoude), heeft in dit verband geen betekenis. Dat brengt op zichzelf genomen immers nog niet mee dat de SBR als basis gold voor de toekenning van de leaseauto aan [appellant] en dat hij –dus- na vijf jaar zou moeten voldoen aan de in de leaseautoregeling neergelegde eis van het rijden van 15.000 zakelijke kilometers, aan welke eis [appellant] nooit heeft voldaan.