Uitspraak
1.[ APPELLANTE ],wonende te [ plaats ],
[ APPELLANT ],wonende te [ plaats ],
gemachtigde: [ appellante ],
1.Het geding in hoger beroep
2. De stukken van het geding
3.De feiten
4.De standpunten van partijen
5.De beoordeling
6.De beslissing
09-22van:
gemachtigde voor klager sub 2,
notaris te [ plaats ],
hierna te noemen: de notaris.
- de klacht, ingekomen op 8 juli 2009, met bijlagen;
- het antwoord van de notaris, met bijlagen;
- de repliek van klaagster met bijlagen;
- de dupliek van de notaris, aangevuld bij brief van 13 oktober 2009 met bijlagen.
- klaagster,
- de notaris.
De Kamer is van oordeel dat het weliswaar vollediger zou zijn geweest als de notaris in de boedelbeschrijving had opgenomen dat het bedrijfsvermogen op de sterfdag van erflater mede de huurschuld van € 41.000 omvatte, maar het wel of niet vermelden hiervan heeft uiteindelijk geen gevolgen voor een juiste afwikkeling van de nalatenschap, ook niet voor wat betreft het successierecht. Dat de notaris de huurschuld ad € 41.000 niet heeft vermeld, is daarom in elk geval niet tuchtrechtelijk laakbaar.
Hiermee staat als onweersproken vast dat klaagster en klager een vordering ter grootte van de helft van de huurschuld hebben op de nalatenschap. Dit vaststaande acht de Kamer klagers geen belang (meer) te hebben bij dit klachtonderdeel.
De notaris heeft ter zitting bevestigd bereid te zijn tot betaling mits hij van klaagster een nota ontvangt van de daadwerkelijk gemaakte kosten van de herbegrafenis.
Tot een herbegrafenis van erflater in [land] is het tot nu toe niet gekomen; klaagster heeft dus nog geen kosten hiervoor gemaakt. Hoewel de notaris bij zijn toezegging niet het voorbehoud gemaakt had te zullen betalen na ontvangst van de betreffende nota, is de Kamer van oordeel dat klaagster de toezegging aldus had kunnen begrijpen. Dat dit anders is, kan de notaris niet worden verweten.
Ter zitting hiernaar gevraagd, verklaarde de notaris dat hij de kwestie van de landbouwgrond heeft laten rusten, omdat die geen prioriteit had.
Het voorgaande getuigt naar het oordeel van de Kamer van een passieve en daarom tuchtrechtelijk laakbare houding van de notaris.
9 juni 2010.