Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1987 gehuwd en hebben twee kinderen. Het huwelijk is ontbonden in april 2012. De vrouw vordert een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en een uitkering tot haar levensonderhoud. De rechtbank wees dit af, waarna de vrouw in hoger beroep ging.
De kern van het geschil betreft de draagkracht van de man, die sinds 2010 geen inkomen meer genereert uit zijn onderneming vanwege economische omstandigheden. De vrouw stelt dat het inkomensverlies van de man voor herstel vatbaar is omdat hij onvoldoende inzet heeft getoond, terwijl de man betwist dat het inkomensverlies vrijwillig is.
Het hof oordeelt dat de man redelijkerwijs niet kan worden geacht zijn oorspronkelijke inkomen te herwinnen en dat zijn inkomensverlies niet aan hem te wijten is. Wel heeft de man onvoldoende inzicht gegeven in zijn vermogen, terwijl hij geacht wordt zijn aandeel in de overwaarde van de voormalige echtelijke woning te gelde te maken.
Het hof stelt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast op €150 per kind per maand en wijst het verzoek tot uitkering aan de vrouw af wegens gebrek aan draagkracht.
Uitkomst: De man moet een bijdrage van €150 per kind per maand betalen, maar is niet verplicht tot een uitkering aan de vrouw.