ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2776

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-000433-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak ongewenst vreemdeling wegens ontbreken verblijf in Nederland

De verdachte, een ongewenst vreemdeling, meldde zich bij de douane op luchthaven Schiphol waar hem de formele toegang tot Nederland werd geweigerd. Hoewel hij zich feitelijk op Nederlands grondgebied bevond, oordeelde het hof dat het verwijt van verblijf als vreemdeling in Nederland niet kan worden gemaakt.

Het hof stelde vast dat artikel 197 Sr Pro in vreemdelingenrechtelijke zin moet worden uitgelegd en dat het bestanddeel 'als vreemdeling verblijven' betrekking heeft op het vreemdelingenbeleid zoals geregeld in de Vreemdelingenwet. Omdat de verdachte zich in het douanegebied bevond en formeel de toegang werd geweigerd, was de delictsomschrijving niet vervuld.

De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan rechtsmacht, maar het hof verwierp dit verweer omdat het feit zich op Nederlands grondgebied afspeelde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij formeel geen verblijf in Nederland had ondanks feitelijk aanwezig zijn op Schiphol.

Uitspraak

parketnummer: 23-000433-11
datum uitspraak: 26 januari 2012
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 januari 2011 in de strafzaak onder parketnummer 15-801709-10 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1970],
adres: thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 10 januari 2011 en op de terechtzitting in hoger beroep van 12 januari 2012.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep en is van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vrijspraak
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte op 24 december 2010 niet in Nederland heeft verbleven, aangezien hem de toegang tot Nederland is ontzegd. Volgens de raadsman dient dit verweer te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie vanwege het ontbreken van rechtsmacht, dan wel dient de verdachte te worden vrijgesproken van ten laste gelegde feit.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof begrijpt de stelling van de raadsman dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is omdat rechtsmacht ontbreekt aldus, dat kennelijk wordt betoogd dat de Nederlandse rechter in deze geen rechtsmacht toekomt. Aangezien het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt betrekking heeft op hetgeen is voorgevallen toen hij zich feitelijk op Nederlands grondgebied bevond, namelijk op de luchthaven Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, wordt dit verweer verworpen.
Met de raadsman is het hof echter van oordeel dat de verdachte, ongewenst vreemdeling, niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij als zodanig in Nederland heeft verbleven, ook al is hij daadwerkelijk op Nederlands grondgebied geweest. Het bepaalde in artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht beoogt naar het oordeel van het hof handhaving van het op basis van de Vreemdelingenwet gevoerde vreemdelingenbeleid. Het ligt daarom in de rede het bestanddeel "als vreemdeling verblijven" in dit artikel in vreemdelingenrechtelijke zin te bezien. Nu de verdachte zich bevond in het douanegebied op Schiphol en zich aldaar bij de douane heeft gemeld, terwijl hem bij de inreiscontrole aan de grensdoorlaatpost Aankomst 1 van de luchthaven Schiphol de - formele - toegang tot Nederland is geweigerd, is de delictsomschrijving niet vervuld. Hooguit kan hem een poging tot verblijf worden verweten, hetgeen niet is ten laste gelegd. De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de elfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. M.J.L. Mastboom en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. M.G. van Wijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 januari 2012.
Mr. Röttgering is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.