ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3353
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 27 Faillissementswet bij hoger beroep na faillissement eiser
In deze civiele zaak vorderde Bapero Business Group B.V. betaling van een bedrag van €21.494,84 van de appellanten. Nadat de rechtbank Utrecht in eerste aanleg grotendeels aan Bapero toewijzing had verleend, werd Bapero op 9 december 2009 failliet verklaard. De appellanten stelden vervolgens hoger beroep in tegen het vonnis. De dagvaarding in hoger beroep was echter uitsluitend betekend aan de curator van het faillissement en niet aan Bapero zelf.
Het hof verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad en stelt dat artikel 27 van Pro de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing is in situaties waarin de oorspronkelijke eiser failliet wordt verklaard nadat de zaak in eerste aanleg in staat van wijzen is geraakt, maar voordat het vonnis is uitgesproken. Dit artikel maakt het mogelijk het geding tegen de gefailleerde voort te zetten en biedt de curator de mogelijkheid het proces over te nemen.
Omdat de curator niet in de procedure is verschenen, kan hij niet worden geacht het proces te hebben overgenomen. De dagvaarding in hoger beroep is daarmee nietig wegens niet-juiste betekening aan Bapero. Het hof acht het echter aannemelijk dat de dagvaarding Bapero heeft bereikt en biedt daarom de appellanten de gelegenheid het gebrek te herstellen door de dagvaarding opnieuw te betekenen conform de wettelijke voorschriften.
Het hof bepaalt dat de zaak wordt verwezen naar de rol van 3 april 2012 en dat de kosten van de betekening voor rekening van de appellanten komen. Het arrest is gewezen door de genoemde rechters en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2012.
Uitkomst: Het hof biedt appellanten gelegenheid tot herstel van betekening aan Bapero en verwijst de zaak naar de rol van 3 april 2012.