ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.A. van Rossum
- H.C. Frankena
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt nietigheid koopovereenkomst wegens schriftelijkheidsvereiste en geen onrechtmatig handelen Provincie
In deze civiele zaak vordert appellant dat het hof het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigt en de Provincie Utrecht veroordeelt wegens onrechtmatig handelen. Appellant stelt dat de Provincie onrechtmatig heeft gehandeld door mee te werken aan de levering van een landgoed aan een derde, terwijl appellant eerder een koopovereenkomst had gesloten met dezelfde verkoper. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de koopovereenkomst tussen appellant en de verkoper, waarbij het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW Pro centraal staat.
Het hof stelt vast dat tussen appellant en de verkoper geen geldige schriftelijke koopovereenkomst is gesloten, waardoor deze overeenkomst nietig is. Dit betekent dat appellant geen ouder recht op levering heeft en de Provincie niet onrechtmatig heeft gehandeld door het landgoed aan de derde te laten leveren. De door appellant aangevoerde bijkomende omstandigheden en het beroep op onrechtmatig handelen worden daarom niet behandeld.
Verder wijst het hof een nieuwe grief van appellant af, omdat deze te laat is ingebracht en de Provincie hiertegen bezwaar heeft gemaakt. Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd wegens onvoldoende concrete feiten. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens nietigheid van de koopovereenkomst en geen onrechtmatig handelen door de Provincie.