ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9295
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Staat legt onrechtmatig beslag op ontbonden huwelijksgemeenschap, schadevergoeding afgewezen
In deze zaak staat centraal of de Staat onrechtmatig beslag heeft gelegd op activa van een ontbonden huwelijksgemeenschap in plaats van op het aandeel van een der deelgenoten. Appellanten vorderen schadevergoeding wegens dit onrechtmatig beslag en stellen dat het echtscheidingsconvenant een rechtsgrond biedt jegens de Staat.
Het hof overweegt dat het echtscheidingsconvenant geen verbintenis schept jegens de Staat en dat appellanten onvoldoende hebben aangetoond dat de beslagen activa daadwerkelijk tot de huwelijksgemeenschap behoorden. Hierdoor kan niet worden aangenomen dat het beslag onrechtmatig was jegens appellanten.
Ook de vordering tot een verklaring voor recht dat de overeenkomst tot zekerheid nietig is, wordt afgewezen omdat de overeenkomst alleen betrekking heeft op medewerking aan het storten van de verkoopopbrengst van het aandeel van een deelgenoot. De kostenveroordelingen worden aangepast en appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellanten af en veroordeelt hen in de proceskosten.