ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9608
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- M. Jurgens
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in hoger beroep mensenhandelzaak Alkmaar
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Alkmaar heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2012 het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten van mensenhandel. De zaak betrof drie vrouwen die volgens het OM door dwang, geweld, misleiding en misbruik van kwetsbare positie tot prostitutie zouden zijn gebracht en gehouden.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. De verklaringen van de aangeefsters stonden onvoldoende in verband met ander bewijsmateriaal en voldeden niet aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv. Het leerstuk van schakelbewijs kon niet worden toegepast omdat geen van de feiten zelfstandig met voldoende bewijs was onderbouwd.
Daarnaast verklaarde het hof de dagvaarding nietig voor het vierde verzamelfeit wegens onduidelijkheid over de specifieke feiten. Wel werd een inbeslaggenomen ploertendoder onttrokken aan het verkeer omdat het een verboden wapen betrof. De overige in beslag genomen voorwerpen werden aan de verdachte teruggegeven.
De raadsman van de verdachte had betoogd dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens oneigenlijk gebruik van procesrecht, maar dit werd door het hof verworpen. Het hoger beroep van het OM was tijdig en ontvankelijk ingesteld. Het arrest werd gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende bewijs; dagvaarding gedeeltelijk nietig verklaard en ploertendoder onttrokken aan het verkeer.