ECLI:NL:HR:2010:BM2452
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende motivering van steunbewijs in zedenzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meervoudige ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer. Het hof had de bewezenverklaring gebaseerd op de gedetailleerde verklaring van het slachtoffer en ander bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van betrokkenen en politieprocessen-verbaal.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer mogelijk waren beïnvloed door andere factoren en dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Het hof verwierp deze verweren en achtte de verklaringen betrouwbaar en consistent.
De Hoge Raad toetste de bewezenverklaring aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat een bewezenverklaring niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag steunen zonder voldoende steun in ander bewijsmateriaal. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vond in het overige bewijsmateriaal.
Daarmee was de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd en kon het arrest niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het toetsen van het bewijsminimum in zedenzaken waarbij de verklaring van één getuige centraal staat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering dat de verklaring van één getuige voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal en verwijst de zaak terug naar het hof.