ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0281
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2007
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2007. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. De rechtbank handhaafde deze niet-ontvankelijkverklaring en zag af van terugwijzing naar de inspecteur, omdat belanghebbende en zijn gemachtigde niet waren verschenen en geen relevante stukken hadden ingebracht.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het bezwaar wel ontvankelijk is, omdat uit het bezwaarschrift voldoende blijkt dat belanghebbende de aanslag te hoog achtte. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover de aanslag en de daarbij behorende beschikkingen zijn gehandhaafd. Het hof wijst de zaak terug naar de inspecteur om opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar.
Het hof wijst een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten af, omdat het niet aan de inspecteur is toe te rekenen dat de zaak niet eerder was terugverwezen. Belanghebbende en zijn gemachtigde hadden immers niet tijdig de benodigde stukken aangeleverd en waren niet verschenen bij de rechtbank. De inspecteur moet het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoeden.
Tegen dit arrest kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden, belastingkamer.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing op het bezwaar.