ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1057
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M van der Reep
- M.M.M. Tillema
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaringsuitspraak inzake stuiting door mededelingen en schikkingsonderhandelingen
Appellant vordert onder meer een verklaring voor recht omtrent de juiste waarde van zijn effectenportefeuille en schadevergoeding wegens het niet nakomen van zorgplicht door ING. De rechtbank had de vorderingen afgewezen vanwege verjaring, waarbij een brief van 23 januari 2003 als stuitingshandeling werd erkend, maar het verzoekschrift voor een voorlopig getuigenverhoor niet.
In hoger beroep betoogt appellant dat ook latere correspondentie en het verzoekschrift de verjaring hebben gestuit. Het hof oordeelt dat schikkingsonderhandelingen en gebruikelijke correspondentie onvoldoende ondubbelzinnig zijn om de verjaring te stuiten volgens artikel 3:317 lid 1 BW Pro. De Haviltex-maatstaf is niet van toepassing bij de uitleg van stuitingshandelingen.
Het hof stelt vast dat appellant geen nieuwe stuitingshandeling heeft verricht na 23 januari 2003, waardoor de verjaring op 23 januari 2008 is geëindigd. Het beroep op verjaring door ING is niet onaanvaardbaar op grond van redelijkheid en billijkheid. De grieven falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de vordering van appellant jegens ING verjaard.