ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1284
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarmerking verstekvonnis als Europese executoriale titel bij verhuizing schuldenaar naar buitenland
Appellante, een besloten vennootschap, had een vordering ingesteld tegen geïntimeerde, die bij verstek werd toegewezen door de kantonrechter. Geïntimeerde was later naar België verhuisd, waarna appellante verzocht om het verstekvonnis te waarmerken als Europese executoriale titel (EET). De kantonrechter wees dit verzoek af omdat het vonnis niet in de lidstaat van de huidige woonplaats van de schuldenaar was gegeven, wat volgens hem niet voldeed aan de voorwaarden van de EET-verordening.
Het hof oordeelt dat voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter doorslaggevend is of de schuldenaar op het moment van oproeping woonplaats had in Nederland, de lidstaat waar het vonnis is gewezen. Omdat geïntimeerde ten tijde van oproeping woonplaats in Nederland had en het verstekvonnis daar ook aan haar betekend is, staat haar latere verhuizing naar België niet in de weg aan de waarmerking als EET.
Het hof vernietigt daarom de bestreden beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot waarmerking alsnog toe. Er worden geen proceskosten aan de zijde van appellante toegewezen. Het bewijs van waarmerking als EET wordt aan de beschikking gehecht.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot waarmerking van het verstekvonnis als Europese executoriale titel alsnog toe ondanks de verhuizing van de schuldenaar naar België.