ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1501
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugbetaling douanerechten voor onjuiste goederencode matrassen
Belanghebbende, een onderneming die self inflatable matrassen importeert, had deze goederen in haar aangiften ingedeeld onder GN-code 9404 2190, terwijl de juiste indeling volgens het Hof GN-code 6306 4900 is. De inspecteur legde navorderingen op wegens te weinig betaalde douanerechten en weigerde terugbetaling op grond van artikel 236 van Pro het CDW.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard, stellende dat sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten. Het Hof Amsterdam oordeelt echter dat geen sprake is van een vergissing in de zin van artikel 220, lid 2, onder b, van het CDW. De eerdere terugbetalingsbeschikking uit 2002 en de controle in 2003 kunnen niet worden aangemerkt als vergissingen die navordering in latere jaren verhinderen.
Het Hof benadrukt dat de inspecteur niet verplicht is om aangiften systematisch te verifiëren en dat de heffing van douanerechten plaatsvindt aan de hand van de vermeldingen in de aangiften. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de douane in het verleden regelmatig tot daadwerkelijke opname van de goederen is overgegaan. Daarom is de weigering van terugbetaling terecht en wordt het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugbetaling van douanerechten blijft in stand.