ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2036
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontbindende voorwaarde en huurprijsvermindering bij huurovereenkomst parkeerterrein
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter Amsterdam betreffende een huurovereenkomst voor een parkeerterrein. Zij stelden dat de huurovereenkomst ontbonden moest worden op grond van een ontbindende voorwaarde in het contract, vanwege bezwaar van de gemeente tegen het gebruik van het terrein. Tevens vorderden zij huurprijsvermindering wegens het ontbreken van Stelconplaten op het terrein.
De kantonrechter wees deze verweren af en kende de vordering tot betaling van achterstallige huur grotendeels toe. In hoger beroep oordeelde het hof dat het beroep op huurprijsvermindering onvoldoende gemotiveerd was, omdat appellanten geen duidelijk verband hadden gelegd tussen de gebreken en de gevorderde korting, noch bewijs hadden geleverd.
Voorts stelde het hof dat de ontbindende voorwaarde niet van toepassing was, omdat partijen bij het aangaan van de overeenkomst wisten dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en de gemeente nog niet handhavend optrad. De enkele mededeling van de gemeente dat zij bezwaar maakte, rechtvaardigde niet het verval van de overeenkomst. Appellanten hadden bovendien nagelaten om met de gemeente tot een regeling te komen.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden vonnissen en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het beroep op ontbinding en huurprijsvermindering faalt en veroordeelt appellanten in de kosten.