ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bij Zurel
Appellant is in 1993 in dienst getreden bij S. Zurel & Co B.V. en was laatstelijk werkzaam bij Zurel Logistics. Zijn arbeidsovereenkomst is op 1 november 2009 opgezegd wegens een reorganisatie binnen Zurel Group en haar dochtervennootschappen. Bij deze reorganisatie zijn 112 arbeidsplaatsen vervallen, waarbij voor tachtig werknemers ontslagvergunningen zijn aangevraagd en verkregen.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat er onvoldoende bedrijfseconomische redenen waren, het anciënniteitbeginsel niet correct was toegepast, passend werk beschikbaar was en de financiële gevolgen voor hem te zwaar wogen. Hij vorderde herstel van het dienstverband of schadevergoeding. De kantonrechter wees zijn vorderingen af en verklaarde hem niet ontvankelijk voor vorderingen tegen andere vennootschappen dan Zurel Logistics.
In hoger beroep bevestigde het hof dat appellant uitsluitend vorderingen kan instellen tegen zijn werkgever Zurel Logistics. Het hof oordeelde dat de financiële situatie van de gehele groep relevant was en dat ingrijpende maatregelen onvermijdelijk waren. Het afspiegelingsbeginsel was correct toegepast en appellant kwam terecht voor ontslag in aanmerking. Het Sociaal Plan bood een redelijke afvloeiingsregeling en outplacementtraject, passend bij de situatie van appellant. Zijn persoonlijke omstandigheden rechtvaardigden geen uitzondering. De proceskostenveroordeling werd aangepast, waarbij appellant in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en veroordeelt appellant in de proceskosten.