ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3376
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bij Zurel
Appellant is op 1 oktober 2009 ontslagen door Zurel Logistics na een reorganisatie binnen Zurel Group en haar dochtervennootschappen. Hij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende bedrijfseconomische redenen, onjuiste toepassing van het anciënniteitbeginsel, beschikbaarheid van passend werk en disproportionele financiële gevolgen. De kantonrechter wees zijn vorderingen af en verklaarde appellant niet ontvankelijk jegens andere vennootschappen dan Zurel Logistics.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontslag mede tegen de andere vennootschappen gericht had moeten worden, dat de financiële situatie minder slecht was dan gesteld, dat het afspiegelingsbeginsel onjuist was toegepast en dat het Sociaal Plan onvoldoende waarborgen bood, mede gezien zijn persoonlijke omstandigheden. Het hof oordeelde dat appellant uitsluitend tegen zijn werkgever Zurel Logistics kon procederen, dat de financiële situatie van de gehele groep relevant was en dat de reorganisatie onvermijdelijk was. Het afspiegelingsbeginsel was correct toegepast op basis van feitelijke functies.
Het hof stelde vast dat het Sociaal Plan adequaat was en dat appellant geen aanspraak kon maken op een ruimere regeling. Zijn persoonlijke omstandigheden en het outplacementtraject rechtvaardigden geen andere beoordeling. De grief over de proceskostenverdeling werd wel gehonoreerd: appellant werd veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter voor het overige.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en veroordeelt appellant in de proceskosten.