ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4154
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bij Zurel
Appellant is ontslagen door Zurel Logistics in het kader van een reorganisatie binnen de Zurel-groep, waarbij ruim zeventig procent van het personeel werd getroffen. Hij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende bedrijfseconomische redenen, onjuiste toepassing van het anciënniteitbeginsel, beschikbaarheid van passend werk en onredelijke financiële gevolgen.
De kantonrechter wees de vorderingen af en verklaarde appellant niet ontvankelijk jegens andere vennootschappen dan Zurel Logistics. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat alleen de werkgever bij wie appellant in dienst was, aansprakelijk is. De financiële situatie van de gehele groep mocht worden meegewogen, maar dat betekent niet dat andere vennootschappen aangesproken kunnen worden.
Het hof oordeelt dat de reorganisatie noodzakelijk was gezien de aanzienlijke verliezen en de economische crisis. Het afspiegelingsbeginsel is correct toegepast op basis van feitelijke functies, niet op grond van arbeidsovereenkomst. Het Sociaal Plan, hoewel niet met vakbonden overeengekomen, biedt voldoende compensatie en outplacement, passend bij de situatie van appellant.
Appellant's persoonlijke omstandigheden en financiële situatie rechtvaardigen geen uitzondering op de regeling. Alleen de kostenveroordeling wordt herzien: appellant wordt veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het hof bekrachtigt het vonnis voor het overige.
Uitkomst: Het ontslag wordt niet kennelijk onredelijk geacht; alleen de proceskostenveroordeling wordt aangepast en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.