ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4763
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.R. Sturhoofd
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rekening en verantwoording bewindvoerder jegens erfgenaam na overlijden rechthebbende
In deze zaak stond de vraag centraal of de erfgenamen van een overleden rechthebbende recht hebben op volledige rekening en verantwoording van de bewindvoerder over de gehele bewindperiode. De bewindvoerder had een eindrekening ingediend die door de kantonrechter was goedgekeurd. De erfgenaam, appellant, maakte bezwaar tegen deze rekening en verzocht om een nadere specificatie en verantwoording over extra bijdragen en kosten.
Het hof overwoog dat het beschermingsbewind is ingesteld ter bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de rechthebbende zelf, die tijdelijk of duurzaam niet in staat is deze belangen zelf waar te nemen. Na het overlijden van de rechthebbende eindigt het bewind van rechtswege, en daarmee ook de taak van de bewindvoerder. De bevoegdheid van de rechthebbende om rekening en verantwoording te vragen, zoals neergelegd in artikel 1:445 BW Pro, gaat niet automatisch over op de erfgenamen.
Wel erkende het hof dat de erfgenamen aanspraak kunnen maken op rekening en verantwoording over het laatste kalenderjaar tot aan het overlijden. De door de bewindvoerder ingediende eindrekening en verantwoording, inclusief specificaties van maandelijkse bijdragen en kosten van een vakantiehuisje, werden door het hof als voldoende en niet onredelijk beoordeeld. Het verzoek van de erfgenaam om een volledige verantwoording over de gehele bewindperiode werd afgewezen, evenals het verzoek tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.