ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4780
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoeken vader tot gezag, hoofdverblijfplaats en omgang minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van een man die verzocht heeft om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen, de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en een omgangsregeling vast te stellen. De minderjarige verblijft sinds 2004 in een pleeggezin en is daar goed gehecht. De moeder en de eerdere geregistreerde vader zijn ontheven van het gezag, waarna de man het kind in 2010 heeft erkend.
De rechtbank had de verzoeken van de man afgewezen omdat het belang van de minderjarige een ongestoorde hechting en verblijf in het pleeggezin vereist. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de verzoeken af. Het hof stelt dat de man onvoldoende inzicht toont in het belang van de minderjarige en vooral zijn eigen wensen vooropstelt. De bezoekregeling is stopgezet wegens spanningen en vrees voor ontvoering naar het buitenland.
Hoewel het wenselijk wordt geacht dat de man op termijn omgang met de minderjarige krijgt, kan dat nu niet plaatsvinden zolang hij niet erkent dat het kind in het pleeggezin opgroeit en voldoet aan voorwaarden gesteld door de jeugdzorg. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de verzoeken van de man tot gezag, hoofdverblijfplaats en omgang met de minderjarige.