ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6413
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en echtscheiding met misbruik van recht
Partijen zijn gehuwd sinds 25 augustus 2006 en gescheiden verklaard bij beschikking van 6 oktober 2010. De vrouw lijdt aan Multiple Sclerose en heeft een meerderjarig kind uit een eerder huwelijk. De man heeft een eigen onderneming en een meerderjarig kind uit een eerder huwelijk.
De vrouw stelde hoger beroep in tegen de echtscheiding en partneralimentatie, maar trok haar grief over duurzame ontwrichting in. Het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep over partneralimentatie omdat de rechtbank hierover een tussenbeschikking had gegeven. Het hof bekrachtigde de echtscheiding.
De man stelde dat de vrouw misbruik van recht maakte door de duurzame ontwrichting in hoger beroep te betwisten om de duur van de alimentatie te verlengen. Het hof oordeelde dat dit misbruik van recht was en beperkte de alimentatieverplichting tot 18 mei 2015, gelijk aan de duur van het huwelijk.
De man betwistte de behoefte van de vrouw en stelde dat zij vermogen had uit de verkoop van de woning. Het hof hield geen rekening met het rendement op vermogen omdat de woning nog niet was verkocht. Gezien haar ziekte en beperkte arbeidsmogelijkheden achtte het hof de vrouw deels afhankelijk van alimentatie.
Het hof stelde een voorlopige alimentatie van €640 per maand vast, rekening houdend met de draagkracht van de man en de behoefte van de vrouw, en liet bewijs toe over de woonsituatie van het kind en de gemeenschappelijke huishouding van de man met een nieuwe partner.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep over partneralimentatie, de echtscheiding is bekrachtigd en de alimentatieverplichting van de man is beperkt tot 18 mei 2015 met een voorlopige bijdrage van €640 per maand.