ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6475
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- M.J.L. Mastboom
- C.N. Dalebout
- Rechtspraak.nl
Herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling met matiging van duur vrijheidsstraf
De veroordeelde was voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder voorwaarden waaronder hij zich niet schuldig mocht maken aan strafbare feiten gedurende een proeftijd van 672 dagen. Na zijn aanhouding op 10 januari 2011 wegens nieuwe strafbare feiten, vorderde het openbaar ministerie op 21 april 2011 de herroeping van deze voorwaardelijke invrijheidsstelling.
De verdediging voerde aan dat de vordering niet onverwijld was ingediend en dat de veroordeelde onvoldoende was geïnformeerd over de voorwaarden en de proeftijd. Het hof oordeelde dat de veroordeelde op 7 oktober 2010 door de reclassering was geïnformeerd en dat hij wist van de voorwaarden en consequenties bij overtreding. De vordering was tijdig ingediend volgens een ruime uitleg van 'onverwijld'.
Hoewel het hof de vordering toewijst, acht het de vertraagde betekening van het besluit nadelig voor de zorgvuldigheid en matigt daarom de herroeping van 672 naar 600 dagen. Tevens beveelt het hof de teruggave van diverse in beslag genomen persoonlijke voorwerpen aan de veroordeelde.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank Haarlem voor het overige en vernietigt alleen het deel over de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling om opnieuw recht te doen.
Uitkomst: De herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt toegewezen met matiging tot 600 dagen vrijheidsstraf.