ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6582
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- A.C. Faber
- G.C. Makkink
- R.A.H. van der Meer
- M.H. Hoogendoorn
- Rechtspraak.nl
Ondernemingskamer verklaart ondernemingsraad niet-ontvankelijk in beroep tegen sluiting Polymer Vision
Polymer Vision B.V. en Wistron Europe Holding Cooperatie U.A. besloten de activiteiten van Polymer Vision per 1 mei 2012 te beëindigen, met het voornemen om de onderneming te verkopen. De ondernemingsraad bracht een positief advies uit onder voorwaarden en stelde dat Polymer Vision onvoldoende inspanningen leverde om de verkoop te realiseren en te weinig flexibel was in de onderhandelingen, met name over de vraagprijs van € 80 miljoen.
De ondernemingsraad verzocht de Ondernemingskamer het besluit van Polymer Vision te toetsen en handelingen ter uitvoering van het besluit te verbieden. Polymer Vision c.s. voerden aan dat zij zich wel degelijk flexibel opstelden en onderhandelden met potentiële kopers, waaronder Plastic Logic, en dat de ondernemingsraad ten tijde van het advies op de hoogte was van de vraagprijs en de voorwaarden.
De Ondernemingskamer oordeelde dat onvoldoende feiten waren gesteld die het positieve advies van de ondernemingsraad zouden wijzigen en dat geen nieuw besluit was genomen dat afweek van het oorspronkelijke besluit. De gedragingen van Polymer Vision c.s. waren niet zodanig afwijkend dat een onvoorwaardelijke sluiting per 1 mei 2012 zonder verkooppogingen kon worden aangenomen.
Daarom verklaarde de Ondernemingskamer de ondernemingsraad niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen het besluit van 12 januari 2012. Het standpunt dat Wistron Europe mede-ondernemer zou zijn, werd niet behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De Ondernemingskamer verklaart de ondernemingsraad niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen het besluit tot sluiting van Polymer Vision per 1 mei 2012.