ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6606
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale handel in (pseudo)efedrine en wapenbezit met bewijsuitsluiting tapgesprekken
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor internationale handel in (pseudo)efedrine, faillissementsfraude en bezit van een vuurwapen. Het hof beoordeelde het bewijs en de rechtmatigheid van het onderzoek, waaronder samenwerking met Australische en Dubai politie en het gebruik van geheimhoudersgesprekken.
Het hof verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens onrechtmatige samenwerking met Dubai en de U-bochtconstructie. Er was geen aantoonbaar risico op de doodstraf en geen schending van het recht op een eerlijk proces. Wel werd bewijsuitsluiting toegewezen voor tapgesprekken na 11 februari 2008 vanwege disproportionele inzet.
De handel in (pseudo)efedrine werd bewezen, maar het hof vond onvoldoende bewijs voor opzet op productie van methamfetamine bij verdachte, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken. Voor het bezit van een Tokarev-pistool en munitie werd verdachte veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf, rekening houdend met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en persoonlijke omstandigheden.
De geheimhoudersgesprekken waren niet tijdig vernietigd, maar dit vormverzuim had geen nadelige gevolgen voor verdachte, zodat het verweer tot niet-ontvankelijkheid werd verworpen. De eerdere veroordeling werd vernietigd en het hof deed nieuwe rechtspraak conform de bevindingen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van handel en faillissementsfraude, veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf voor bezit vuurwapen.