ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6608
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid in internationale handel (pseudo)efedrine en witwassen
In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen en voorbereidingshandelingen tot productie van methamfetamine via handel in (pseudo)efedrine. Het hof onderzocht de internationale samenwerking met Australische en Dubai-politie en verwierp het verweer van een U-bochtconstructie en schending van fundamentele rechten. Het hof constateerde een ernstige schending van het ne bis in idem-beginsel voor het witwassen over de periode 2002-2004 en verklaarde het OM niet-ontvankelijk voor dat deel.
De verdachte werd vrijgesproken van witwassen omdat het niet bewezen kon worden dat de gelden niet legaal waren verkregen; hij had pokerwinsten als verklaring gegeven die niet volstrekt onaannemelijk waren. Ten aanzien van de handel in (pseudo)efedrine was bewezen dat deze bestemd was voor productie van methamfetamine, maar onvoldoende bewijs voor het opzet van de verdachte op die productie, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat de samenwerking met buitenlandse autoriteiten geen schending van het recht op een eerlijk proces opleverde. Ook werd het verweer over onherstelbare vormverzuimen bij geheimhoudersgesprekken verworpen omdat die niet in de zaak van de verdachte waren opgenomen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij en verklaarde het OM niet-ontvankelijk voor het deel witwassen dat reeds onherroepelijk was berecht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van witwassen en handel in methamfetamine; OM niet-ontvankelijk verklaard voor witwassen over 2002-2004.