ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6653
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling levensverzekeringspolissen
Partijen zijn in 1989 op huwelijkse voorwaarden getrouwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een finaal verrekenbeding. Na hun echtscheiding ontstond een geschil over de verrekening van lijfrentepolissen van de man bij Nationale Nederlanden en een polis van de vrouw bij Zwitserleven, alsmede over de peildatum voor waardebepaling van aandelen en schulden van de man in zijn B.V.
De vrouw vorderde dat de polissen van de man voor de helft tussen partijen zouden worden gedeeld, terwijl de man stelde dat deze polissen buiten de verrekening vielen op grond van de huwelijkse voorwaarden. Het hof oordeelde dat de bepalingen in de huwelijkse voorwaarden, met name artikel 7 en Pro 13 lid 2, bedoeld zijn ter voorkoming van erfbelasting bij overlijden en niet van toepassing zijn bij echtscheiding. Daarom behoren de lijfrentepolissen tot het te verrekenen vermogen.
Ten aanzien van de peildatum voor de waardebepaling van de aandelen en schulden in de B.V. stelde de vrouw een eerdere datum voor, maar het hof handhaafde de peildatum van 8 maart 2010, zoals overeengekomen in de huwelijkse voorwaarden. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de polissen betrof en bepaalde dat de waarden van de levensverzekeringen tussen partijen gelijk verdeeld moeten worden, rekening houdend met een latente belastingclaim van 33%.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de lijfrentepolissen van partijen voor de helft worden gedeeld met een belastinglatentie van 33%, en handhaaft de peildatum van 8 maart 2010.