ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7241
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.G. Luiten
- Rechtspraak.nl
Deels verjaarde vorderingen uit schulderkenning uit vrijgevigheid en onaanvaardbaarheid beroep stichting
De stichting vorderde betaling van bedragen gebaseerd op een schulderkenning en schenkingen uit 1989 en 1996, waarbij zij stelde dat de vorderingen niet verjaard waren. De erfgenamen van de schenkers betwistten dit en voerden onder meer verjaring, herroeping, tenietdoening en novatie aan.
Het hof stelde vast dat de vordering tot betaling van het bedrag uit de schulderkenning uit 1989 niet verjaard was vanwege stuiting door aanmaningen in 2005, maar dat de periodieke uitkeringen uit die akte voor het grootste deel wel verjaard waren. Het hof verwierp het verweer van herroeping, tenietdoening en novatie wegens gebrek aan bewijs en concrete aanwijzingen.
Echter, het hof oordeelde dat de stichting en de schenkers de overeenkomst van 1989 feitelijk waren vergeten en geen uitvoering meer wilden geven, en dat het onaanvaardbaar was dat de stichting alsnog nakoming eiste. Daarom werd het beroep van de stichting op de overeenkomst van 1989 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid verworpen.
De grieven van de stichting slaagden formeel, maar konden niet leiden tot toewijzing van de vorderingen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en veroordeelde de stichting in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de stichting af wegens verjaring en onaanvaardbaarheid.