ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9320
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over navordering en willekeurige afschrijving bij vennootschap onder firma
Belanghebbende, vennoot in een vennootschap onder firma (Vof), maakte in haar aangifte inkomstenbelasting 2001 gebruik van de fiscale faciliteit van willekeurige afschrijving voor investeringen in de camping. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat de investeringen niet door belanghebbende waren gedaan, maar door anderen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat een afwijkend fiscaal verlies in 2001 op zich geen reden is voor de inspecteur om aan de juistheid van de aangifte te twijfelen. Wel beschikt de inspecteur over een nieuw feit, namelijk dat de investeringen niet door belanghebbende zijn aangegaan of betaald. Dit rechtvaardigt navordering. Het Hof stelt vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij per 1 januari 2001 daadwerkelijk vennoot was en de investeringen heeft gedaan.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak van de inspecteur, vermindert de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 12.312, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2012.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.