ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9632
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aandelenlease: beoordeling onaanvaardbare financiële last en zorgplicht Dexia
Appellante sloot in 1997 een effectenleaseovereenkomst met Dexia met een looptijd van 60 maanden en betaalde in totaal € 6.467,22 aan maandtermijnen. Dexia stelde een eindafrekening op waarbij appellante € 425,70 ontving. Appellante vordert schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht door Dexia bij het aangaan van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig handelde en aansprakelijk was voor de betaalde maandtermijnen minus de ontvangen bedragen, met een schadeverdeling van 2/3 voor Dexia en 1/3 voor appellante wegens eigen schuld. Om te bepalen of de overeenkomst een onaanvaardbare financiële last vormde, moet een berekening volgens de standaardformule uit arresten van 1 december 2009 worden gemaakt.
Appellante had aanvankelijk onvoldoende financiële gegevens overgelegd om haar stelling te onderbouwen, waardoor het hof aannam dat de overeenkomst geen onaanvaardbare last vormde en wees haar vordering af. In hoger beroep overlegt zij aanvullende stukken, maar mist nog een concrete berekening en essentiële bewijsstukken. Het hof stelt appellante in de gelegenheid alsnog een berekening en onderliggende stukken te overleggen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De vordering van appellante wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing, met mogelijkheid tot nadere berekening.