ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0491
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigde registratie persoonsgegevens in Externe Verwijzingsregister en SFH-systeem door Rabobank
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Rabobank Nederland onrechtmatig had gehandeld door persoonsgegevens van [A] op te nemen in het Externe Verwijzingsregister (EVR) en het systeem van de Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH). [A] had bij Rabobank Rotterdam een hypotheekaanvraag gedaan waarbij hij loonstroken, een werkgeversverklaring en een arbeidsovereenkomst overlegde, waarin een bruto maandsalaris van € 35.000,- werd vermeld.
Rabobank Nederland stelde dat [A] tijdens een bespreking op 8 september 2008 niet had gemeld dat hij het salaris van IMCI nog niet ontving, waardoor een onjuiste indruk van zijn financiële situatie was gewekt. Het hof achtte deze gedragingen een zware verdenking van poging tot oplichting en vond dat Rabobank Nederland op grond van het protocol gerechtvaardigd was over te gaan tot registratie in het EVR en SFH.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht van 13 oktober 2010 en wees de vorderingen van [A] af. Tevens veroordeelde het hof [A] in de proceskosten en tot terugbetaling van een proceskostenvergoeding aan Rabobank Nederland. De registratie werd niet als disproportioneel beoordeeld en de stelling van onrechtmatig handelen door Rabobank werd onvoldoende onderbouwd.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat Rabobank Nederland terecht persoonsgegevens van [A] registreerde in het EVR en SFH-systeem wegens een vermoeden van oplichting.