ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigdheid registratie strafrechtelijke persoonsgegevens in incidentenregisters door Rabobank
In deze civiele zaak staat centraal of Rabobank Nederland terecht de persoonsgegevens van geïntimeerde heeft geregistreerd in het Externe Verwijzingsregister (EVR) en het SFH-systeem, vanwege een vermoeden van poging tot fraude bij een hypotheekaanvraag.
Geïntimeerde had bij Rabobank Rotterdam een hypotheekaanvraag gedaan met werkgeversverklaring, arbeidsovereenkomst en loonstroken waaruit een bruto maandsalaris van € 35.000,- bleek. Rabobank ontdekte dat dit salaris niet daadwerkelijk werd uitbetaald en startte een onderzoek, waarna de gegevens van geïntimeerde werden geregistreerd in de genoemde registers.
Het hof stelt dat strafrechtelijke persoonsgegevens in deze registers alleen mogen worden verwerkt indien sprake is van feiten die een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Rabobank moet bewijzen dat geïntimeerde tijdens het gesprek op 8 september 2008 niet heeft gemeld dat hij nog geen salaris ontving, wat een belangrijke gedraging is voor het vermoeden van poging tot oplichting.
Omdat Rabobank dit bewijs nog moet leveren, wordt de beslissing aangehouden en wordt een getuigenverhoor gelast onder leiding van een raadsheer-commissaris. Tot die tijd blijft de zaak in afwachting van nadere bewijslevering.
Het arrest benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens en de noodzaak van een gedegen bewijsbasis voor dergelijke registratie.
Uitkomst: Beslissing aangehouden voor bewijslevering over melding salarisontvangst bij hypotheekaanvraag.