ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0498
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake borgtocht en kostenveroordeling
In deze civiele procedure stond de borgtocht centraal, waarbij de bank Lucid B.V. als borg had aangesproken en betaling had ontvangen. De appellant, [A], voerde diverse grieven aan tegen de vordering van de bank en de kostenvergoeding.
Het hof verwees naar een eerder tussenarrest en stelde vast dat de bank haar vordering en de openstaande restantvordering onderbouwd had met bewijsstukken, welke niet door appellant waren betwist. De betaling door Lucid B.V. werd erkend en in mindering gebracht op de vordering.
De grieven van appellant, waaronder het betoog dat de bank eerst de hoofdborg had moeten aanspreken en dat de resterende vordering onjuist was berekend, werden door het hof verworpen. Ook het bezwaar tegen de incassokostenvergoeding faalde.
Het hof besloot daarom het vonnis van de rechtbank Utrecht te bekrachtigen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2012.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verwerpt alle grieven van appellant, die wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.