ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1909
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering incasso pandrecht na faillissement CFT
In deze civiele procedure vordert [appellante] betaling van een bedrag van €640.482,37 van Oracle, stellende dat zij op grond van een pandrecht bevoegd is de vorderingen van CFT op Oracle te incasseren. CFT was failliet verklaard en het faillissement is later opgeheven. De curator had de pandrechten vernietigd, maar er zouden afspraken zijn gemaakt over de inning door [appellante].
De rechtbank wees de vorderingen van [appellante] af, omdat zij onvoldoende bewijs leverde van haar inningsbevoegdheid, waaronder het niet overleggen van cruciale correspondentie en het ontbreken van duidelijkheid over afspraken met de curator. Oracle mocht op grond van artikel 6:37 BW Pro de betaling opschorten vanwege twijfel over wie de betaling moest ontvangen.
Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de onzekerheid over het bestaan of herleving van het pandrecht voor rekening van de pandhouder en curator komt, niet voor Oracle. Ook het aanbod van [appellante] om de curator als getuige te horen wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De grieven van [appellante] falen en de vonnissen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de vordering van [appellante] wegens onvoldoende bewijs van inningsbevoegdheid en bevestigt het opschortingsrecht van Oracle.