ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3132
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vordering ex-werknemer wegens niet genoten vakantiedagen
Appellant, voormalig dierenarts-directeur bij Dierenopvangcentrum Amsterdam, vorderde betaling van niet genoten en niet vergoede vakantiedagen over de periode 2002-2007. De kantonrechter wees de vordering af omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat partijen een nadere overeenkomst hadden gesloten over 40 vakantiedagen per jaar.
In hoger beroep werden meerdere grieven aangevoerd, waaronder dat jaarstukken en getuigenverklaringen het recht op 40 vakantiedagen zouden bevestigen. Het hof oordeelde dat appellant niet ontvankelijk was in hoger beroep tegen enkele eerdere vonnissen en dat de grieven tegen de overige vonnissen faalden vanwege onvoldoende bewijs en tegenstrijdigheden in getuigenverklaringen.
Het hof bevestigde dat appellant slechts recht had op 27 of 28 vakantiedagen per jaar en dat het gevorderde vakantietegoed niet aannemelijk was. De kosten van het hoger beroep werden aan appellant opgelegd. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant af en bekrachtigt de bestreden vonnissen.