ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3176
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- R.J.F. Thiessen
- A.C. van Schaick
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering na onterecht ontslag op staande voet wegens werkweigering
Appellant was sinds 1989 in dienst bij Philadelphia en raakte arbeidsongeschikt na een incident op het werk. Na re-integratie werd haar werkplek gewijzigd, maar zij weigerde te werken op de nieuwe locatie Purmerend vanwege medische beperkingen en ongeschiktheid van het werk. Philadelphia beschouwde dit als werkweigering en sprak ontslag op staande voet uit.
De kantonrechter wees de loonvordering af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het niet werken voor rekening van Philadelphia kwam. In hoger beroep oordeelt het hof anders: de bedrijfsarts kon niet beoordelen of het werk passend was en adviseerde mediation, wat Philadelphia niet opvolgde. De UWV-arbeidsdeskundige onderschreef dit advies.
Het hof acht aannemelijk dat appellant niet verplicht kon worden het werk in Purmerend te verrichten en dat het ontslag niet rechtsgeldig is. Philadelphia wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon over de periode 3 augustus 2010 tot 14 mei 2011, met een gematigde wettelijke verhoging. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
Uitkomst: Philadelphia wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon wegens onterecht ontslag op staande voet.