ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4089
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht bank op betaling van vorderingen ondanks betwisting stille verpanding
In deze civiele procedure stond centraal de vraag wie recht heeft op betalingen van vorderingen van de failliete vennootschap Dutch Air Cargo Transports (DAT) die door haar debiteuren zijn gedaan. Appellanten voerden aan dat zij een ouder stil pandrecht hadden op deze vorderingen, terwijl de bank dit betwistte.
De rechtbank oordeelde dat appellanten geen pandrecht hadden op de vorderingen omdat deze voortvloeiden uit afzonderlijke vervoersopdrachten die pas na het pandrecht waren verstrekt. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat voor een stil pandrecht op toekomstige vorderingen vereist is dat deze rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding. Dit was niet het geval omdat er geen verplichting bestond voor de debiteuren om vervoersopdrachten te geven.
Het hof verwierp de grieven van appellanten en veroordeelde hen in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarmee de bank gerechtigd bleef tot de betwiste bedragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van appellanten af, waarbij de bank gerechtigd blijft tot de betwiste bedragen.